Luif Administratieburo - Administratiekantoor Uden

LUIF ADMINISTRATIEBURO
LUIF ADMINISTRATIEBURO
Ga naar de inhoud

LUIF ADMINISTRATIEBURO
0413-332442



Eenieder zijn vak
De taken goed verdeeld!




 
    

Het beste

U moet doen waar u het beste in bent en dat doen wij ook!
Tenslotte bent u ondernemer en vakman, daarmee verdient u het meest. Het is duidelijk, u verdient niets met zaken die u beter aan een andere vakman kunt overlaten.
Wij doen dit al vanaf € 33,00 per uur!

Denk na

Laat u niets wijs maken, u gaat toch niet betalen voor iets wat u zelf moet doen (bijvoorbeeld internet boekhouden). Die tijd kunt u beter besteden aan zaken waar u echt goed in bent, dat brengt tenminste wat op, of niet dan?



Ook All-in

Inclusief:
* Complete administratie
* Loonaangiftes
* BTW aangiftes
* Aangifte inkomstenbelasting
Maak nu een afspraak voor een gratis kennismaking:

 



Unieke services: u wordt gaandeweg een expert
Kijk hieronder om op de hoogte blijven van nieuws op gebied van belastingzaken en ondernemerszaken. Op onze Twitter-pagina vindt  u  de meest actuele onderwerpen - vrijwel dagelijks bijgewerkt. Geen onzin, maar wetenswaardigheden waar u echt iets aan hebt.
Iedereen met interesse ontvangt regelmatig een nieuwsbrief die boordevol staat met interessante onderwerpen: vraag om deze nieuwsbrief per email.
Vraag ook naar onze gratis (Excel) software, al met al reden genoeg om contact met ons op te nemen!


Klik hier om uw in te schrijven op de nieuwsbrief!
Volg ons ook op

Laatste Nieuws service

Kijk ook op www.abluden.com




Bijgewerkt op  24 mei 2021:


 

Bron: ABAB

Dien uw aanvraag NOW 3.0 vanaf 6 mei in

3 mei 2021

ARTIKEL

Begin dit jaar werd het percentage van de maximale tegemoetkoming via de NOW 3.0 opgehoogd. Over de vierde én  de vijfde tranche wordt 85% van de loonkosten aangehouden in plaats van slechts 70% of 60%. U kunt het voorschot voor de vijfde tranche van de NOW 3.0 vanaf 6 mei 2021 aanvragen.

 

Werkwijze NOW-regeling

De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) is bedoeld voor werkgevers die door de coronacrisis kampen met een substantieel omzetverlies. Het percentage voor de tranches onder de NOW 3.0 blijft gelijk aan die van het jaar 2020: alleen met een omzetverlies van minstens 20% komt u in aanmerking voor de NOW 3.0-regeling. De NOW 3.0-regeling bestaat uit drie tranches (tijdvakken) voor de periode van tegemoetkoming in de loonkosten:

·         1 oktober tot en met 31 december 2020 (derde tranche);

·         1 januari tot en met 31 maart 2021 (vierde tranche);

·         1 april tot en met 30 juni 2021 (vijfde tranche).

Loonsom

UWV baseert de berekeningen voor de tegemoetkoming op het sociale verzekeringsloon (SV-loon) van juni 2020. Dit geldt voor alle drie de tijdvakken waarin u een beroep doet op de tegemoetkoming. Geen SV- loon in juni 2020? Dan baseert u de berekening op april 2020.

Daling in de loonsom

Is de loonsom na juni 2020 geleidelijk gedaald? Dan gaat dit niet direct ten koste van de tegemoetkoming. Dit gebeurt pas bij het overschrijden van een drempel van 10% daling. De tegemoetkoming gaat in dat geval omlaag met een bedrag daar op gebaseerd.

Bedrijfseconomisch ontslag

Onder de NOW 3.0 kunt u bedrijfseconomisch ontslag aanvragen bij UWV zonder dat dit direct gevolgen heeft voor de hoogte van uw NOW-subsidie. De eerdere ‘ontslagboete’ uit de voorgaande NOW 1.0 en NOW 2.0 is vervallen.

Inspanningsverplichting

In plaats daarvan geldt er wél een inspanningsverplichting voor werkgevers om hun personeel te stimuleren zich te ontwikkelen en bij een einde van de arbeidsovereenkomst te begeleiden naar ander werk. Verloopt een ontslag via UWV Werkbedrijf? Dan bent u verplicht om contact met UWV NOW- helpdesk op te nemen om een korting van 5% op de definitieve tegemoetkoming te voorkomen.

Aanvraag NOW vijfde tranche indienen

Voor het tijdvak van de aankomende/huidige vijfde tranche moet u nog een nieuwe aanvraag indienen bij UWV. Deze aanvraag is vervroegd en kunt u doen vanaf 6 mei tot en met 30 juni 2021 via de website van UWV.

 

Stappenplan WHOA-traject

 

De Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) is op 1 januari 2021 van kracht geworden. De WHOA helpt bedrijven die door hoge schulden failliet dreigen te gaan, terwijl ze nog wel levensvatbare bedrijfsactiviteiten hebben. Door schulden te reorganiseren, kunnen deze bedrijven blijven bestaan. Dit whitepaper geeft u een stappenplan van voorbereiding naar akkoord.

WHOA-traject: drie fasen

Fase 1: voorbereiding

De WHOA schrijft vrij gedetailleerd voor hoe u uw akkoord moet vormgeven. Het is belangrijk dat u voorwerk verricht. Dit is een intensief traject. Het is van belang dat u alle gevraagde onderdelen in uw voorstel voorbereidt en opneemt. Daarnaast moet u diverse bijlagen toevoegen.

Fase 2: vervolg

Nadat u uw voorstel heeft afgerond kunt u de startverklaring indienen bij de rechtbank. Dit is niet vereist, maar het biedt de mogelijkheid te vragen om een afkoelingsperiode. Dit betekent dat de rechten van schuldeisers worden bevroren. Dit voorkomt dat nieuwe beslagen worden gelegd en biedt de mogelijkheid beslagen op te heffen. Leg daarnaast uw voorstel formeel voor aan de schuldeisers. Informeer schuldeisers duidelijk en zonder voorbehoud. Zij moeten een keuze kunnen maken aan de hand van uw plan. Let op: de rechter controleert dit scherp. Uw conceptakkoord wordt per klasse aangeboden. Daarna vindt stemming plaats. Is twee derde van het vertegenwoordigd kapitaal akkoord? Dan kan het conceptakkoord definitief worden. De schuldeisers die betrokken zijn in het conceptakkoord hoeven niet allemaal akkoord te gaan voor de werking van het akkoord.

Fase 3: formalisatie

In de derde en laatste fase formaliseert u uw akkoord. Deze fase bestaat uit de volgende stappen:

  • Leg uw conceptakkoord voor aan de rechter.
  • De rechter controleert of aan alle voorwaarden is voldaan. Is dat het geval? Dan bekrachtigt de rechter het akkoord. Dit betekent dat het bindend is voor u en de schuldeisers. Is niet aan alle voorwaarden voldaan? Dan bekrachtigt de rechter uw akkoord niet.
  • De totale doorlooptijd van een WHOA-traject ligt naar verwachting tussen twee weken en acht maanden. De meeste ondernemers doorlopen het traject in twee à drie maanden.

 

Bron: FiscAlert mei 2021 | jrg 27 nr 5 | p.12-15


sparen & beleggen

Help, mijn spaargeld verdampt…

Spaarders teren fors in op hun vermogen door de historische lage spaarrente, de inflatie en, niet te vergeten, de vermogensrendementsheffing. Wat te doen?


Mocht u het nog niet hebben meegekregen: de spaarrente is de laatste jaren flink gekelderd. De rente is zelfs zo laag, dat we soms al moeten betalen om te mogen sparen. Denk niet dat het u niet kan overkomen: banken passen negatieve spaarrentes toe bij steeds lagere bedragen (hoe hoog de rentes en bedragen zijn bij diverse banken ziet u in het kader ‘Overzicht negatieve rente’). Het is dus zaak het maximale uit uw spaargeld te halen. De hamvraag is: hoe doet u dat?

Fiscus
De fiscus gaat er standaard van uit dat u 1,90 tot 5,69 procent rendement behaalt met sparen en beleggen (dit zijn de fictief-rendementspercentages voor 2021). Dat rendement wordt belast tegen het vaste tarief van 31 procent, hetgeen betekent dat van uw zuurverdiende spaarcentjes (althans het deel dat boven het heffingsvrije vermogen ligt) jaarlijks 0,59 tot 1,76 procent naar de schatkist gaat in de vorm van de zogenaamde ‘vermogensrendementsheffing’ — ongeacht het werkelijke resultaat op uw spaarrekening.

Inflatie
En bleef het maar bij de belastingen. U moet ook nog rekening houden met de inflatie, waardoor uw geld minder waard wordt. Een lichte stijging van de prijzen is normaal en economisch gezien zelfs wenselijk. Door de jaren heen is de gemiddelde inflatie in Nederland zo’n 2 procent, door stijgende energieprijzen en gemeentelijke lasten tot duurdere grondstoffen en dagelijkse boodschappen. Door inflatie wordt de koopkracht van het spaargeld elk jaar een beetje minder. Bij een spaarrente van 4 procent houden we nog een beetje koopkracht over, maar als de rente, zoals nu, praktisch nul is (0,01 procent, dat lijkt tenminste nog iets), dan kost ons spaargeld geld. En veel ook, zoals uit dit tabelletje blijkt.
 

Rendement bij een belastingdruk van 1,40%

bruto

box 3

inflatie

netto

4,00%

-1,40%

-2%

0,60%

2,00%

-1,40%

-2%

-1,40%

1,00%

-1,40%

-2%

-2,40%

0,50%

-1,40%

-2%

-2,90%

0,01%

-1,40%

-2%

-3,39%

-0,5%

-1,40%

-2%

-3,90%


Je hebt geen wiskundeknobbel nodig om te zien dat bij een inflatie van 2 procent en een belastingdruk van 1,40 procent de koopkrachtstijging nul is als de rentevergoeding 3,40 procent bedraagt. Geen enkele spaarder krijgt 3,40 procent op zijn spaargeld, dus teren alle spaarders gegarandeerd op hun vermogen in.

Negatieve rente voorkomen
Maar wat kunnen ze dan nog doen? Om te beginnen helpt het al als u uw geld over verschillende rekeningen bij dezelfde bank spreidt. Het geld spreiden over meerdere banken kan natuurlijk ook. En voor spaarders die het geld voor een korte periode niet nodig hebben, valt er meer te halen op een spaardeposito. Zo zijn er op het moment van schrijven spaardeposito’s met een looptijd van 2 jaar die 0,45 procent rente opleveren, en dat is toch 0,95 procent méér dan een negatieve rente van 0,5 procent. Door het depositogarantiestelsel kunt u per rekeninghouder per bank tot 100.000 euro veilig stallen.

Houd niet alleen uw particuliere spaarrekeningen in de gaten, maar vooral ook de zakelijke rekeningen waarvoor vaak sneller en soms hogere negatieve rente worden gerekend. Kijk op www.spaarinformatie.nl voor de actuele spaarrentes voor particulieren. Op www.spaarrente.nl kunt u de spaarrentes van zakelijke en particuliere rekeningen vergelijken.


CONCLUSIE

De meeste mensen sparen voor de lange termijn om de koopkracht van hun vermogen risicoloos in stand te houden. Met de huidige, historisch lage spaarrentes is dat zo goed als onmogelijk, aangezien we op dit moment door inflatie en vermogensrendementsheffing jaarlijks zo’n 3,4% rendement moeten behalen om überhaupt onze koopkracht in stand te houden. Er zijn geen Nederlandse banken meer die dergelijke spaarrentetarieven bieden, dus teren spaarders fors in op hun vermogen en worden ze min of meer gedwongen uit te kijken naar alternatieven.

 

OVERZICHT NEGATIEVE RENTE

Een flink aantal banken in Nederland heeft inmiddels negatieve spaarrentes ingevoerd. Zoals uit de tabel blijkt, verschillen de rentetarieven, grensbedragen en andere voorwaarden onderling soms behoorlijk (percentages eind april 2021 van particuliere rekeningen).

bank

grensbedrag

rente over
saldo onder grensbedrag

negatieve rente
over saldo boven grensbedrag

Nationale-Nederlanden Bank

500.000

0-0,03%

-0,25%

Knab

250.000

0-0,02%

-0,5%

ASN Bank**

100.000

0-0,01%

-0,5%

RegioBank**

100.000

0-0,01%

-0,5%

SNS**

100.000

0-0,01%

-0,5%

Rabobank**

100.000

0,01%

-0,5%

ING**

100.000

0%

-0,5%

Triodos Bank*

100.000

0%

-0,5%

ABN Amro**

150.000

0%

-0,5%

* alle betaal- en spaarrekeningen opgeteld
** per 1 juli 2021

 

ALTERNATIEVEN VOOR SPAREN

Het hoofddoel van sparen — het in stand houden van vermogen — is door de gekelderde spaarrentes in combinatie met de relatief hoge fictieve rendementsheffing in box 3 nogal uit het zicht geraakt, zeker voor grootspaarders die geconfronteerd worden met negatieve spaarrentes die kunnen oplopen tot 0,5%. In dat licht is het niet zo vreemd dat we massaal op zoek zijn naar alternatieven voor sparen. Dit is onze top-5.


1
Stort extra op uw (bank)spaarhypotheek

Heeft u een (bank)spaarhypotheek? Prijs uzelf gelukkig, want die zijn momenteel hun gewicht in goud waard. De rente op de aan de hypotheek gekoppelde kapitaalverzekering of bankspaarrekening is meestal even hoog als de hypotheekrente. Door de extra inleg verhoogt u niet alleen het rendement van uw spaargeld drastisch, u bouwt sneller eindkapitaal op, waardoor u in de toekomst minder hoeft in te leggen en/of de looptijd van de hypotheek kan worden verkort. Bovendien valt dat vermogen buiten box 3, dus u hoeft er geen vermogensrendementsheffing over te betalen. Dat is dus driedubbel voordeel!

Stort nooit zomaar bij. Het bovenstaande gaat vooral op bij hypotheken die een goede aftrekpost opleveren, en er zijn voorwaarden en fiscale beperkingen. Vraag dus altijd vooraf een berekening van de maximaal fiscaal toegestane storting aan uw bank/verzekeraar/tussenpersoon/hypotheekadviseur.


2
Richt een familiebank op

Eén van onze bestsellers. Heeft u spaargeld ‘over’, dan kunt u uw (klein)kind of een ander familielid helpen bij de aanschaf van een eigen huis. De familiebanklening is in veel gevallen fiscaal en financieel voordeliger dan schenken: u ontvangt een leuke rente op uw geld, uw kind kan per saldo voordelig lenen en het mooiste is dat de fiscus aan uw rente meebetaalt!

Meer informatie over deze slimme fiscale ‘wisseltruc’ vindt u op www.fiscalert.nl, zoekterm: ‘familiebank’. Het voordeel van de familiebank berekent u met onze ‘annuïteitencalculator’. Is er geen annuïtaire aflossingsplicht, gebruik dan de ‘familiebankcalculator’. Beide vindt u op www.fiscalert.nl  calculatoren.


3
Investeer in uw eigen huis

U kunt een deel van uw spaargeld ook investeren in de verbetering of het onderhoud van uw woonhuis. Of een schilderbeurt van de gevel. Of investeringen die zichzelf in de loop der jaren terugverdienen door een lagere energierekening, zoals de aanschaf van zonnepanelen, dubbel glas en vloer-, dak- en spouwmuurisolatie. Het geld zit dan weliswaar in de stenen, maar daar staat woongenot en doorgaans een waardestijging van uw woning tegenover.

Op www.milieucentraal.nl ziet u wat energiebesparende maatregelen opleveren. Bovendien krijgt uw huis een energiezuinig(er) label, en ook dat kan de waarde ervan vergroten.


4
Los uw hypotheek af

Als de hypotheek u netto méér kost dan uw spaargeld oplevert, kan het lonen uw hypotheek (deels) af te lossen. De lage spaarrentetarieven van dit moment zouden dus een goede aanleiding kunnen zijn om uw situatie eens van dichtbij te bekijken. Gebruik onze calculator ‘hypotheek aflossen’ om uit te rekenen hoeveel het (deels) aflossen van de hypotheek u oplevert (www.fiscalert.nl  calculatoren). De calculator houdt rekening met de te betalen hypotheekrente, de ontvangen rente over spaargeld, de belastingheffing in box 3 en het eigenwoningforfait. Maak de vergelijking met de rente van een deposito met een looptijd die overeenkomt met de rentevastperiode van uw hypotheek. Bespreek een voornemen om af te lossen altijd met een financieel adviseur. Of bel de Adviesservice van FiscAlert.

LET OP: U stopt uw spaargeld in de stenen, dus u kunt er pas weer bij zodra u uw huis heeft verkocht en verhuisd bent naar een huurwoning of een goedkopere koopwoning. Stop daarom geen geld in een woning als u daar in de toekomst mogelijk nog een andere besteding voor heeft!


5
Ga (meer) beleggen

De meeste mensen doen aan sparen èn beleggen en dat is in de regel ook verstandig. Het rendement is afhankelijk van de verhouding tussen beide. Dat geldt ook voor het risico. Heeft u flink wat spaargeld en kunt u wat meer risico lopen met uw vermogen? Overweeg dan wat meer naar de beleggingskant te schuiven. Maar vraag uzelf wel een paar zaken af, zoals: Waar heeft u het geld straks voor nodig, uw pensioen, de studie van de kinderen of zomaar? Wat is uw beleggingshorizon? Heeft u beleggingservaring en, niet onbelangrijk, ligt u — of, erger nog, uw wederhelft — wakker van dalende koersen? Kortom, bepaal eerst uw persoonlijke risicoprofiel met behulp van onze Risicoprofieltest (www.fiscalert.nl calculatoren).

Een goede beleggingsportefeuille samenstellen is minder lastig dan het lijkt, zolang u zich aan de basisregels houdt. Lees daarvoor de artikelen ‘25 basisregels bij beleggen’ en ‘Beleggen als een voetbalcoach’ (FiscAlert mei 2020, jrg 26 nr 5, p.20-23 respectievelijk mei 2021, jrg 27 nr 5, p.26-29, online op www.fiscalert.nl sparen & beleggen).

NIEUW: digitale check of overledene testament had

Bij het Centraal Testamenten Register worden alle in Nederland verleden testamenten geregistreerd. Als u wilt weten of een overledene een testament heeft gemaakt kunt u gratis contact opnemen met het Centraal Testamentenregister (CTR). In het CTR staat wie een testament heeft opgemaakt, op welke datum en bij welke notaris. Navragen of een overledene een testament had, moest altijd schriftelijk maar kan in de meeste gevallen nu ook digitaal. Personen die voor 1976 zijn overleden, niet in Nederland wonen of in het buitenland zijn overleden, staan niet in de online applicatie. Deze aanvragen moeten schriftelijk worden ingediend. Voor de inhoud van het testament kunt u vervolgens contact opnemen met de betreffende notaris.

Ga voor het raadplegen van het CTR en voor meer informatie naar www.notaris.nl/bij-overlijden/centraal-testamentenregister. Wie toch liever een schriftelijke aanvraag doet, vindt daar ook het aanvraagformulier.

 

Lagere WOZ-waarde? Geef ’m door!

Als u in het verleden bezwaar heeft gemaakt tegen de hoogte van uw WOZ-waarde en de gemeente uw WOZ-waarde heeft verlaagd, moet u zelf die lagere waarde doorgeven aan de Belastingdienst. Dat kan schriftelijk (het adres vindt u op de aanslag), maar u kunt dat ook doen door uw IB-aangifte te corrigeren en opnieuw in te dienen. Daarna zal de Belastingdienst uw aanslag(en) inkomstenbelasting aanpassen en ontvangt u het te veel betaalde terug. Maar u moet wel zelf in actie komen!

 

Bron:

  • Werkgevers zijn verplicht om maximaal twee jaar 70 tot 100% van het loon van zieke werknemers door te betalen. Je kunt je voor deze kosten verzekeren.

    Loondoorbetaling bij ziekte verzekeren?

    Het maakt niet uit hoe iemand ziek is geworden; door een auto-ongeluk of door een sportblessure, de werkgever moet het loon van de werknemer doorbetalen. Hoe je met dit risico omgaat, mag je zelf bepalen.

    Een mogelijkheid is bijvoorbeeld het risico te verzekeren bij een verzekeraar. Met een verzuimverzekering krijg je een vergoeding voor het loon van je werknemer, zodra deze voor langere tijd uit de running is door ziekte of een blessure. Daarnaast wordt je vaak geholpen bij het voorkomen van ziekte binnen je bedrijf en bij de re-integratie van zieke werknemers.

    Kleine bedrijven zullen zich sneller verzekeren dan grote bedrijven, want een paar zieke medewerkers kunnen al leiden tot een ondraaglijke financiële last.

    Tip: Laat je altijd goed informeren over wat voor jou de beste polis is voordat je je gaat verzekeren en vraag bij meerdere verzekeraars een offerte aan.

    Soorten verzuimverzekeringen

    Je kunt kiezen uit een groot aanbod van verzekeringen tegen het risico van loondoorbetaling, maar er zijn twee hoofdvormen:

    • De conventionele verzekering

    Bij de conventionele verzekering wordt de hoogte van de premie vastgesteld op basis van het gemiddelde ziekteverzuim binnen het bedrijf. Voor een van tevoren afgesproken aantal wachtdagen draag je het risico zelf.

    Is de werknemer langer ziek, dan keert de verzekeraar je een overeengekomen bedrag uit (70-100% van het door te betalen loon) voor elke verzuimdag van de zieke werknemer. Uiteraard betaal je de laagste premie als je kiest voor het laagste percentage aan doorbetaald loon en het hoogste aantal wachtdagen.

    Let op: als je moet voldoen aan een cao, kan daarin staan dat je niet onder een bepaald percentage mag komen. Kijk dus altijd goed wat je cao voorschrijft over loondoorbetaling bij verzuim.

    • De ‘stop-loss’-verzekering

    Bij de ‘stop-loss’-verzekering draagt de werkgever een eigen risico voor een bepaald bedrag (‘eigen behoud’) en verzekert hij de verzuimkosten die daar bovenuit komen. De verzekering keert dus alleen uit bij overschrijding van het eigenrisicobedrag.

    De hoogte van het eigen behoud kun je het beste bepalen aan de hand van het gemiddelde ziekteverzuim van de afgelopen drie jaar. Kies je voor een hoger bedrag aan eigen behoud, dan betaal je minder premie.

    Veel brancheorganisaties kunnen voordeel bieden doordat zij door hun omvang vaak gunstige(r) tarieven kunnen bedingen bij hun verzekeraars, bijvoorbeeld via mantelcontracten.

    Een klein bedrijf heeft beperkte risicospreiding en is niet goed in staat schades zelf op te vangen. Grofweg geldt dat voor bedrijven vanaf ongeveer 25 medewerkers, de stop-loss-verzekering de beste optie is.

    Factoren die de premiehoogte beïnvloeden

    Verzekeraars kijken bij het vaststellen van de premies niet alleen naar het actuele ziekteverzuim. Ze gaan ook uit van het te verwachten verzuim en dat van de branche in zijn geheel. In de praktijk spelen deze factoren een rol:

    • verzuim in de bedrijfstak;
    • het ziekteverzuim binnen het bedrijf in het verleden (veelal de afgelopen drie jaren);
    • de gekozen verzekeringsvorm;
    • de hoogte en de aard van een eigen risico;
    • de gemiddelde leeftijd en de verdeling daarvan binnen de organisatie.

    Keuze in het aantal wachtdagen

    Verzekeringsmaatschappijen bieden veel mogelijkheden. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om al na twee wachtdagen (de periode die officieel voor rekening van de werknemer komt) een vergoeding te ontvangen, of meer wachtdagen af te spreken.

    Hoe meer dagen je voor eigen rekening neemt, hoe lager de premie die de verzekeringsmaatschappij in rekening brengt. De meeste verzekeraars houden het op tien wachtdagen. ‘Normale’ ziektegevallen vang je dan zelf op, maar als iemand langer ziek is, ben je daartegen verzekerd.

    Vergoedingspercentage voor het doorbetaalde loon

    De hoogte van de uitkeringen die verzekeringsmaatschappijen aanbieden, varieert van 70 tot 100% van het loon. Als je je aan de wettelijke ondergrens houdt, is 70% voldoende.

    Ook als je het loon 100% doorbetaalt, kun je een dekking voor 70% nemen. Je loopt dan meer risico, maar bespaart wel op de premie.

    Er zijn ook polissen die je voor meer dan 100% verzekeren. In dit geval is niet alleen de loondoorbetaling, maar zijn ook de extra kosten die verzuim met zich meebrengt verzekerd, bijvoorbeeld overwerk van het andere personeel.

    Regresrecht: verhaal de schade op derden

    Als de arbeidsongeschiktheid van een werknemer (geestelijk of lichamelijk) is veroorzaakt door een derde partij, biedt het regresrecht je de mogelijkheid (een deel van) de kosten te verhalen op deze veroorzaker.

    Bijvoorbeeld de dronken automobilist die een van jouw medewerkers aanrijdt waardoor die voor langere tijd niet inzetbaar is. De rechter houdt dan bij de vaststelling van de schadevergoeding waarop de gewonde aanspraak kan maken, ook rekening met het recht op diens loon, aanvullingen op het ziekengeld en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

    Er zijn maatschappijen die een rechtsbijstandsverzekering aanbieden in combinatie met een ziekteverzuimverzekering, om verzuimschade op de veroorzaker te kunnen verhalen. Met een rechtsbijstandsverzekering heb je de mogelijkheid om rechtskundige hulp in te schakelen bij het hardmaken van de claim. Dat kost aan premie vaak niet meer dan een paar tientjes per jaar.

    Tips en aandachtspunten

    • Als het ziekteverzuim in jouw bedrijf toeneemt, ligt het voor de hand dat verzekeraars dan meer premie berekenen. Vraag van tevoren hoe het zit.
    • Het is verstandig voor een verzekering te kiezen met een niet te lange looptijd. Als bijvoorbeeld het ziekteverzuim stijgt, kun je sneller overstappen naar een andere verzekering. Lees ‘de kleine lettertjes’ hierover ook goed .
    • Sommige maatschappijen keren de verzuimkosten wekelijks uit, andere maandelijks, per kwartaal of zelfs een keer per jaar. Controleer dit voordat je iets afsluit!
    • Geef bij het aanvragen van de offerte zoveel mogelijk informatie. Hoe meer gegevens je verstrekt, hoe beter de verzekeraar je situatie kan inschatten. De premie kán daardoor lager uitvallen.
    • Val niet over tien euro meer aan premie. De goedkoopste verzekering is niet per se de beste. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor de duurste.
    • Informeer bij jouw branchevereniging. Die kan door het grote aantal leden vaak kortingen bedingen bij de verzekeringsmaatschappijen.
    • Meerdere verzekeringen afsluiten bij één verzekeringsmaatschappij is geen must, maar levert soms wel premiekorting op.
© Luif administratieburo - Jonkerveld 116, 5403 CC Uden, kvk 16066911, tel: 0413-332442
Realisatie: Uw PC Dokter Uden
Terug naar de inhoud